maandag 26 april 2021

nieuwegein, april 2021

 


nieuwegein, april 2021


het is al acht aprillen terug

dat onze burgervader, met gebogen rug,

een koningslinde plantte in het park,

midden in de o zo stenen stad

en wind noch regen hield hem tegen


ook dit jaar weer begon april

koud en kil, en guur en nat

het leek alsof het vuur verdween

uit onze o zo stenen stad.

het leek alsof het vuur

uit nieuwegein verdween


maar vuur verdwijnt niet,

u bent vuur

u, de inwoner, de buur

van vreeswijk tot aan galecop,

rijnhuizen tot batau

wanneer de steen vergrauwt,

een plant benauwd door hagel

toch ontluikt

wanneer het water door de doorslag

donker stroomt en koude onderstroom

vermoeden doet,

dan bent u vuur,


want u bent warmte in een stad

u bent waardoor de stenen leven

u bent het nemen en het geven

u bent het werken, wonen, minnen

u draagt de stadse ziel vanbinnen


en dan, wanneer u in zo’n stad

het uwe doet en meer dan dat

wanneer u onbedoeld als fine fleur

de stad verfijnt met passie, met uw kleur

wanneer u met een blij gemoed

of uit een soort van plicht

iets moois voor de gemeenschap doet

of iets voor anderen verlicht

en u het algemeen belang het uwe maakt


dan voelt de stad, door u, ook in april

dat koud en kil begon,

uiteindelijk de zon


het is nu al weer acht jaar later

dan die acht aprillen terug


zo lang al staat de geinse linde

die hier trots de lindetakken draagt

zijn kroon hoort in de voorjaarswinden

‘het heeft zijne majesteit behaagd’


© ton de gruijter



ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van nieuwegein schrijf ik maandelijks een gedicht voor de stad en haar bewoners.

het stadsdichterschap is een initiatief van bibliotheek de tweede verdieping.