vrijdag 13 augustus 2021

nieuwegein, augustus 2021 (stadsgedicht)

 



nieuwegein, augustus 2021


en och, dit noest en nijver volk,

bekwaam in slopen en weer bouwen,

dit volk van ‘handen uit de mouwen’

valt nieuwe verantwoordelijkheid ten deel


en och, dit volk van mooi en meer en ook moderner

sloeg oude panden neer

en na het stof verrees een kraan

en reden zwaarbeladen auto’s af en aan,

als mieren gingen zij tekeer

dan stond er wéér een bieb

of stadhuis nummer ‘weet-ik-veel’


nu valt een nieuwe verantwoordelijkheid ten deel

aan hen, die déze stenen nooit beroerden


men zwijgt, is stil van erfgoed, waterlinie, ‘op de kaart!’

er is dus toch nog iets bewaard

en hoe moet men dat hoeden?

hoe stopt men bouwlust, afbraak, bomenkap

hoe lastig slingert het verleden plots

door ’t ongeduldig heden

hoe moet men hoeden wat door lang vergeten lieden

is ontworpen, uitgedacht, gecorrigeerd

hoe moet men hoeden wat door allang gestorven handen

werd aangesleept, werd opgetrokken, gevormd, gemodelleerd

hoe moet men hoeden wat nooit deed wat het moest doen

omdat ook al in de tijd van toen het heden sneller kwam

dan men ooit kon bevroeden?


een enkeling gebruikt het woord ‘ontzag’,

geschrokken door ’t geluid van dagjesmens, vertier

beducht voor plotseling plezier,

en vrezend voor het hedendaags verzet,

ballonnenpret, de lucht van frietjes mét,

beducht voor wat het wordt

met batterijen, kazemat, de plofsluis

of met hier en daar zo’n fort


© ton de gruijter


ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van nieuwegein schrijf ik maandelijks een gedicht voor de stad en haar bewoners.

het stadsdichterschap is een initiatief van bibliotheek de tweede verdieping.

2 opmerkingen: